VOULOIR
C' EST POUVOIR

MILI
SCHRIJFT

Voor Emily I

Het is 27 augustus.
De dag na het incident, zij is aan het werk, nemen camera’s boven haar deur de volgende beelden op. De buurvrouw komt haar tuin binnenlopen met andere Turken, zet een mandje met eieren op de tuintafel, pakt er enkele uit en stapt naar achteren. Struif druipt van het raam.
Haar oudste belt haar bij een klant. Hij gilt.
‘Mama, ze roepen kinderverkrachter en trappen tegen de deur. Lenn is zo bang.’
Haar banden gieren na als zij bij thuiskomst haar jongens in haar armen sluit.
Een hel opent zich waarin zij bijna ten onder gaan. 

Het glijdt van hem af, hij heeft het al zo vaak gehoord. De jongens wonen in een ander deel en komen naar de waterkant om stokken te snijden van afgerukte takken.
Toen hij tien was, vier jaar eerder, sloegen ze hem een hersenschudding en dwongen hem hondenstront te eten.
Mama zei toen: ‘Ze deden dat omdat jij anders bent.’
Bij de speeltuin is alleen Zehra aan het schommelen, zijn buurmeisje van twee huizen verderop.
‘Remo?’ vraagt ze, komt van de schommel af, ‘bloemetjes plukken, ga je mee?’
Haar handje, net zo lichtbruin van kleur, verdwijnt in de zijne. Samen lopen ze weg van de gele speeltuin, hij slungelig, zij met toonladders in haar kinderstem.
Remo die alles van sterren en vastgelopen computers weet, zegt tegen Zehra: ‘ik weet waar madeliefjes staan, daar onder het bruggetje. Weet je dat je de blaadjes kunt eten? In Wikipedia staat dat je dan niet ouder wordt.’
‘Wikiwikiwiki,’ zingt het meisje naast hem in haar felroze jurkje. Ze draagt ook roze flatjes en heeft roze linten in haar haar.

Het is half acht op die zomerse zondagdag.

Voor Emily II
Twintig uur eerder loopt Remo naar de gele speeltuin. Hij wil voetballen als er jongens zijn die met hem willen spelen. Zijn haar is een beetje opgeschoren aan een kant en aan de andere kant een beetje langer. In zijn mond heeft hij een beugel en op zijn voorhoofd een verdwaalde pukkel.
Zwarte jongens slaan met stokken in het gras, klonten begroeide aarde zwiepen door de lucht en roepen: ‘hé bitch, hé bitch!’ naar een voorbijrijdende vrouw.
Hij loopt aan ze voorbij, kijkt ze niet aan.
‘Kankerbleekscheet!’


Voor Emily III

Honderden madeliefjes deinen bevallig op een briesje, de meeste staan dicht bij de waterkant.

‘Remo, ik durf niet. ‘K wil niet in water vallen.’ Haar flatjes met gladde zolen glijden weg, bijtijds trekt hij haar aan haar jurkje omhoog.

‘Ik zal ze wel plukken, zijn ze voor mama?’ Zehra knikt blij en gaat op de vochtige aarde zitten.

Hij trekt de onderkant van zijn T-shirt omhoog, maakt er een kommetje van en legt er de madeliefjes in en ook een verdwaalde paardenbloem. In de verte hoort hij haar naam roepen. 


Voor Emily IV

Otto, de man van de Turkse buurvrouw staat voor de deur, zijn ogen donker. Hij maakt een handgebaar mee te komen naar zijn huis dat haar welbekend is. Waar dienbladen en miniatuurkamelen de vensterbanken een eigen karakter geven.

In de woonkamer schurkt Zehra zich op de bank tegen haar moeder aan die haar niet begroet.
‘Wat is er?’ hoort zij zich onzeker vragen en stoot zich tegen de hoogglans lage tafel waar geen theeservies op staat, en ook geen baklava.
‘Ga zitten,’ zegt Otto.
Het boven de tafel opgehangen blauwe oog, de ‘nazar’, wiebelt op de ademvlagen die hij uitstoot.

‘Vanavond was ik Zehra kwijt en ging haar zoeken bij de schommels. Een jongetje zei dat hij haar en Remo naar het gele bruggetje had zien gaan.’
Zij kijkt naar zijn gevlekte tanden onder zijn snor en voelt zich een beetje onpasselijk worden. Het kind zuigt hoorbaar op haar duim.
‘Wat is daar mis mee, ze kennen elkaar toch sinds altijd?’
‘Hou je muil.’
Een siddering loopt langs haar kaken.

Zehra maakt zich los van haar moeder en steekt haar wijsvinger uit. ‘Papa zegt, hij heb … ’ Na een blik van haar vader kruipt ze terug op schoot.
‘Ik liep er heen, riep haar naam en daar zag ik ze aankomen. Remo had een smerige blik in zijn ogen en trok haar jurkje recht.’
Moeder zegt: ‘Ze is pas vijf jaar’ en schokt met haar schouders. 


Voor Emily V

Ze heeft haar kind gevraagd of er iets gebeurd is bij de madeliefjes.
‘Nee mam,’ zei hij. ‘Waarom doe je zo druk?’

’s Nachts wordt ze wakker van de draaiende motor van een vrachtwagen voor de deur. Ernaast staan Turken te praten. Een politieauto stopt en agenten manen de mannen de vrachtwagen weg te halen.

Aan het ontbijt belt een vriendin. ‘Weet je dat de moeder van Zehra met haar langs de deuren in de buurt gaat?’
‘Waarom dan?’
‘Ze zegt dat Remo zondagmiddag zijn sannie uit zijn broek heeft gehaald en met zijn hand in Zehra …, vader vond haar terug met vieze kleren …’

Gordijnen bewegen wanneer ze met haar zonen en een rechte rug mee naar school loopt.
Op het schoolplein schreeuwen kelen.
‘Kijk, daar loopt hij, pak ‘m, een mes in zijn nek.’

De directrice zegt: ‘Ik kan de veiligheid van Remo niet garanderen, er is aangifte tegen hem gedaan. Ik geloof in zijn onschuld, maar neem hem mee.’
Thuis wacht de politie haar op. Of zij uit huis willen gaan. Zij kunnen hun veiligheid niet garanderen.
Facebook explodeert van bedreigende haatberichten.
Ranzige koppen boven krantenartikelen zijn gemaakt.
Een cameraploeg trekt door de wijk. 


Voor Emily VI

Remo is nu thuis en gaat naar buiten in de afgerasterde achtertuin. Voor het huis roepen Turken in groepen hem te ontdoen van zijn geslachtsdeel.

De politie vraagt weer en nog een keer het huis te verlaten en een plaatsvervangende burgemeester of zij de media niet willen benaderen.

Dan wordt Remo gearresteerd en lange uren verhoord. Hij wordt vrijgelaten op een voorwaarde: de wijk uit! Zij wisselt van auto en brengt hem naar een geheim adres. Hij huilt voor de derde keer van zijn leven.

Zij bijt zich vast in de strafzaak die volgt; er zijn huidschilfers van Remo gevonden op de handen van het meisje en op het elastiek van haar onderbroek. Een gemengd dna, van wie anders wordt niet gezegd. Zehra is de zondagavond zelf op sporen onderzocht.

Weken rijgen zich aaneen tot maanden. Lenn mist zijn broer intens en schreeuwt ‘kutturk’ om zich heen als hij op straat wordt belaagd.

Remo blijft hetzelfde zeggen, tegen welke psychiater of gerechtsdeskundige ook: ‘Ik heb het niet gedaan.’ Zij neemt zelfs de kosten van een leugendetector op zich. Mocht Remo liegen is het bewijs, liegt hij niet dan is het geen bewijs. Hij liegt niet.




Voor Emily VII

De buurt loopt uit, Remo komt thuis. Online heeft hij zijn examenjaar gedaan en is geslaagd. Justitie heeft nog geen definitieve uitspraak gedaan in de verstikkende zedenzaak.

Twee keer is hij voor drie rechters verschenen. In de zaal waren ook de ouders van Zehra; haar vader schreeuwde overal doorheen en haar moeder huilde hartstochtelijk. Zij trok ook haren uit haar hoofd. Smartengeld moest er komen en 800 euro voor een kitten plus 150 euro voor een trampoline. De claim werd afgewezen.

Waarom er ook dozen werden gevorderd en de huur van een verhuiswagen werd pas duidelijk toen de gordijnen van het tot dan toe verduisterde huis opengingen. Met de stille trom was het gezin vertrokken.

Remo leert een meisje kennen, dat een andere vorm van autisme heeft. Ze komt bij hem thuis en soms zitten ze hand in hand. Lenn heeft therapie nodig, de gebeurtenissen glijden niet van hem af, zoals bij zijn broer.

Zij zijn weer een drie-eenheid en zij lijdt aan nekpijn. Haar hoofd dat zij zo waardig heeft gedragen is zwaar geworden.

Op haar vaste boodschappendag loopt zij haar vaste supermarkt binnen. Eenmaal aan de beurt om af te rekenen, zegt de Turkse caissière: ‘Wat doe jij hier aan mijn band, kutwijf met je neukkind!’

Haar hoofd breekt en uit de barsten klinkt aanhoudend gegil.