Het huis

Na jaren stond ik stil voor het huis waar mijn passiebloem nog de gevel sierde en dacht aan de overdrachtsakte die ik met een poppetje uitmonsterde. Hij was alleen naar de notaris gegaan.

De vrouw die het huis kocht stuurde mij een brief waarin zij bedankte voor de liefde die zij zag. De poppetjes op de muren, de wiegende planten in de achtertuin, een vergeten gieter.

Ik vroeg mij af of zij het kraken van de treden kende, een pluk haar in de afvoer vond.

Haar brief kwam binnen in een ander huis en toen pas kon ik huilen.

 

Smoor

Sjaan straalde voor mijn raam in een verrukkelijke jas en kekke laarzen, haar opgeknipte haar in een volgende tint.

‘Wat is er gebeurd?’

‘Fak, ik ben zo verliefd!’

Zij liet foto’s van een buitensporig goddelijk lijf zien, blauwgroene ogen, donkere krullen en een rij sneeuwwitte tanden.

‘Fak, hij is tien jaar jonger dan ik. Luister.’

Ingesproken berichten ketsten hijgerig over tafel. Sjaan gleed van haar stoel af.

Geboeid keek ik naar haar onderarmen waar zwarte slangen over kropen. Naar haar hals waar onder krimpfolie een nieuwe bloedrode tattoo zich openbaarde.

‘Hij kent je!’

Onrust maakte zich van mij meester.

 

De buurman

Mees, een sleuteljongen, was gefascineerd door het kwijldraadje dat in de mondhoek van de buurman hing die thee zette als hij uit school kwam en er likkaakjes bij gaf.

Op een dag had hij pompoensoep gemaakt met balletjes en verteld over Halloween.

‘Maar ik heb geen verkleedpak,’ riep Mees.

‘Ik zal er een voor je naaien.’

Op Halloween kwam Mees zijn pak halen.

‘Het is roze, ik ben toch geen meisje.’

‘Lief jongetje, ik maak een peerdrups van je. Daar kan je op zuigen.’

‘En er zitten gaten in, kijk nou, een hier van voren, en een van achteren.’

 

Heet, heter, heetst

Ik was op een hete receptie vanavond. Een man, minstens twintig jaar ouder dan ik, legde in de drukte zijn hand op mijn welvingen. Als hij sprak spuugde hij. Als hij dronk kwijlde hij. Hij was quasi geïnteresseerd in mijn verdere zijn.

Dan sprak ik met een vrouw. Haar gebit was een kerkhof. Zij was ongetrouwd gebleven en begreep de tegenwoordige hype niet van groezelige grootouders voor kleinkinderen. Ik verplaatste mij naar een kunstenaar die bedelde om mijn sigaretten. Sprak met een scheikundedocent die een groenachtige pantalon droeg. Ook wij kwamen niet nader.

Op mijn pumps ging ik huiswaarts.

 

 

mili

schrijft

   Ambilicious studio