Beestachtig

Zou ik naar urine ruiken, vraagt zij zich af? Zij zit aan tafel met een man die bij het minste of geringste zijn krullen schudt en haar op flemerige toon vertelt hoe bijzonder zij wel is. Zou hij een leeuw zijn, aangetrokken door een krols wijfje dat overloopt van feromonen?

Onbehaaglijk kijkt zij naar zijn behaarde handen terwijl hij wildpaté als entree neemt, gevolgd door spareribs à volonté. Zelf is zij van het vegetarische genre.

Een vettige hand grijpt de hare terwijl hij kreunt tussen zijn vlezige tanden. Kalm staat zij op en stort haar pompoensoep over zijn haren.

 

 

De Chinese Wezel

Ik durf ‘m niet aan te doen, hij ruikt naar haar en hangt aan de kapstok, niet te verschuilen achter de mijne, eigenlijk drukt haar mantel die van mij opzij.

Zou zij waar zij te ruste is gelegd de prachtige rol nog hebben die zij op haar achterhoofd droeg? Zou je nog de lippenstift zien die ik haar liefdevol opdeed? Het is al drie jaar later.

Ik vraag me af of ik verf over me heen krijg als ik met de mantel van mijn moeder de straat opga. Ik kan hem laten vermaken. Een bodywarmer wellicht, met stukke bont.

 

Een fris verhaaltje

‘Waarom smaakt de kippensoep zoet!’ schreeuwt hij.

‘Ach, dat ligt aan jou, drink nu op, je lijdt aan uitdrogingsverschijnselen.’

‘Krijg de kolere, ik moet ervan zweten. En waarom lig ik hier zo te schokken en te krampen?’

‘Lieverd, het zijn de stuipen. Het gaat niet goed met je. Ik heb veel met je te stellen.

En die was, je laat een spoor van bloed achter in je onderbroeken.’

‘Ben aan de racekak, kan ik het helpen!’

Zij gaat op de rand van zijn bed zitten en zegt: ‘Je bent vergeven.’

Sinds een week kneedt zij rattengif door zijn matzeballen.

 

En God zag dat het goed was

De gore moord vond plaats in de Gieterijstraat. Urine had haar rokken bespat, zaad had zich rond haar mond verkorst. De veldwachter kwam en sloot de plaats delict af voor boeren, burgers en oprukkende buitenlui.

De deerne was geboren uit de aartsabt; de gesel Gods die de dijen van zijn zusters beheerde. Jarenlang danste zij door de kloostergangen over de knakkende knoken van haar broertjes en zusjes alvorens tot wasdom te komen.

Wie had haar welgevormde mond niet gekend? De veldwachter besloot alle mannen vanaf dertien jaar te laten komen. In haar rechterhand had zij een eikelvormige broekknoop vastgehad.

 

mili

schrijft

   Ambilicious studio