Voor Emily III

 

Honderden madeliefjes deinen bevallig op een briesje, de meeste staan dicht bij de waterkant.

 

‘Remo, ik durf niet. ‘K wil niet in water vallen.’ Haar flatjes met gladde zolen glijden weg, bijtijds trekt hij haar aan haar jurkje omhoog.

 

‘Ik zal ze wel plukken, zijn ze voor mama?’ Zehra knikt blij en gaat op de vochtige aarde zitten.

 

Hij trekt de onderkant van zijn T-shirt omhoog, maakt er een kommetje van

en legt er de madeliefjes in en ook een verdwaalde paardenbloem. In de verte hoort hij haar naam roepen.

 

 

Voor Emily IV

 

Otto, de man van de Turkse buurvrouw staat voor de deur, zijn ogen donker. Hij maakt een handgebaar mee te komen naar zijn huis dat haar welbekend is. Waar dienbladen en miniatuurkamelen de vensterbanken een eigen karakter geven.

 

In de woonkamer schurkt Zehra zich op de bank tegen haar moeder aan die haar niet begroet.

‘Wat is er?’ hoort zij zich onzeker vragen en stoot zich tegen de hoogglans lage tafel waar geen theeservies op staat, en ook geen baklava.

‘Ga zitten,’ zegt Otto.

Het boven de tafel opgehangen blauwe oog, de ‘nazar’, wiebelt op de ademvlagen die hij uitstoot.

 

‘Vanavond was ik Zehra kwijt en ging haar zoeken bij de schommels. Een jongetje zei dat hij haar en Remo naar het gele bruggetje had zien gaan.’

Zij kijkt naar zijn gevlekte tanden onder zijn snor en voelt zich een beetje onpasselijk worden. Het kind zuigt hoorbaar op haar duim.

‘Wat is daar mis mee, ze kennen elkaar toch sinds altijd?’

‘Hou je muil.’

Een siddering loopt langs haar kaken.

 

Zehra maakt zich los van haar moeder en steekt haar wijsvinger uit. ‘Papa zegt, hij heb … ’ Na een blik van haar vader kruipt ze terug op schoot.

‘Ik liep er heen, riep haar naam en daar zag ik ze aankomen. Remo had een smerige blik in zijn ogen en trok haar jurkje recht.’

Moeder zegt: ‘Ze is pas vijf jaar’ en schokt met haar schouders.

 

mili

schrijft

   Ambilicious studio