V - Jut en Jul

 

Op het puntje van het bankje zitten wel Jut en Jul. Soms vergist zij zich en noemt hem: ‘Lul.’ Haar eerdere vriendje was op haar gebit gaan zitten.

 

Samen maken zij wandelingen. Hij, met een stijf been terwijl hij harde klinkers uitstoot die tegen de kasseien klateren en zijn broek van zijn derrière doen zakken.

 

Jut is wezenloos van hem en kijkt hem door dikke brillenglazen devoot aan. Ongeacht de temperaturen buiten draagt zij een wollen trui met in de breedte oranje en witte banen die haar gemoed buitengewoon goed doen.

 

Er wordt gefluisterd dat zij binnenkort gaan trouwen.

VI – Bertha

 

De leiding van het tehuis had mij verleid om samen met Bertha haar levensboek in te vullen. Schuchter kwam ik binnen.

 

Ik wachtte lang omdat Bertha weigerde uit haar kamer te komen. Voortgedreven door de leiding kwam zij vijandig naast me zitten.

 

‘Bertha,’ ik sloeg monter het rijk geïllustreerde boek open, ‘kijk, hier vragen ze waar je wiegje heeft gestaan en naar de kleur van je dekentjes en o, ook naar de naam van je opa.’

 

Stoelpoten knarsten.

 

Thuisgekomen belde de leiding. Bertha vroeg zich af waar ik me mee bemoeide. Ik hoefde niet meer terug te komen.

 

 

VII – Henderika

 

Ik weet niet waarom de vrouwen van het tehuis uitpuilen. Toen ik even bij Bertha in de lunchroom was lagen er stapels gevulde appelrondo’s.

 

Henderika, fijngevoelig, troostte mij toen ik van slag was. Zij sloeg haar armen om me heen, ik verdronk in haar borsten en sindsdien zijn we vriendinnen.

 

Er is een tweede bankje geplaatst omdat Piet, Mien, Dirk-Jan, Romana, Jut en Jul en Bertha elkaar niet meer velen. ‘Het lijken de Kabeljauwse twisten wel,’ verzuchtte de leiding.

 

Nu moet ik Henderika regelmatig bij de slager uit een hoek vissen waar ze om plakjes worst ligt te drammen.

 

VIII - De leiding

 

Nadat de levensboeken door de bewoners waren vernacheld met frikadellen en kroketten, had de leiding een nieuw lumineus idee. In sleurhutten ging men naar Maastricht.

 

Het kostte een dag voordat de rollators, zonnekleppen, poppen, stokken, koffers, reservebrillen, dikke truien, worsten en reservegebitten waren ingeladen.

 

Eenmaal op pad gedroeg men zich liederlijk. Jut ging boven op Jul zitten, Romana bezette wijdbeens drie stoelen, Piets borsthaar zat klem onder Henderika’s beugel-beha, Mien at haar poppen op, Bertha blèrde om haar opa en Dirk-Jan moest almaar vomeren.

 

In Maastricht heeft de overwerkte leiding ze uit de sleurhutten gezet, zien jullie ze lopen?

mili

schrijft

   Ambilicious studio